Tussen bier en Wagner, de Duitse ziel van Bayreuth
Duitsland is verreweg de populairste bestemming voor Nederlandse toeristen. Jaarlijks steken miljoenen Nederlanders de grens over voor een weekend in de Eifel of een stedentrip naar Berlijn. Maar hoe goed kennen we het land achter de clichés van bier en bratwurst? In Bayreuth, de Beierse stad die dankzij componist Richard Wagner uitgroeide tot muzikaal bedevaartsoord, gaan we op zoek naar de Duitse ziel.
Van Duitsland denk je altijd dat je het wel kent, maar telkens blijft het je verbazen. De mensen zijn uiterst hoffelijk, maar het lijkt of ze worstelen met hun geschiedenis. Voortdurend twijfelend tussen traditie en innovatie, altijd op zoek naar een plek voor hun land in de moderne wereld. ‘Waar kun je de Duitse ziel beter ontdekken dan in Bayreuth, Beieren? Een Kleine provinciestad met zo'n 70,000 in- ‘woners, ergens tussen Leipzig en Neurenberg. Het is het epicentrum van de biercultuur: nergens staan zoveel brouwerijen als in Oberfranken, het noord- oostelijke deel van Beleren. En het is ook de stad van componist Richard Wagner (1813-1883), die stelde: “Ich bin das Deutsche Wesen. Ich bin der Deutsche Geist.”
Van eind juli tot eind augustus worden de Bayreuther Festspiele gehouden. Avond na avond klinken de opera’s van Wagner in de door hem ontworpen muziekzaal - in 2026 al voor de 150e keer. Het is het jaarlijkse feestje voor de Duirse elite. En hoewel kaartjes lastig te bemachtigen zijn, is het niet onmogelijk.
Tot ver in het najaar wapperen de vlaggen van de Festspiele vrolijk over de stad. Het is een heerlijk seizoen om hier te verblijven. Je kunt de monumentale operahuizen bezichtigen, een rondleiding volgen in de pianofabriek, een biermuseum bezoeken en ronddolen in de paleizen van prinses Wilhelmine van Pruisen (1709-1758). Alles ademt historie, maar de toeristische autoriteiten doen hun best om het hip en eigentijds te maken. Die typisch Duitse worsteling tussen oud en nieuw maakt Bayreuth dan weer spannend en verrassend.

Prinses Wilhelmine
Bayreuth dankt het allemaal aan Prinses Wilhelmine. Zij was eigenlijk voorbestemd te trouwen met de Prins van Wales, zodat Pruisen en Engeland verbonden zouden worden. Maar door politicke intriges mislukte dat. En bij gebrek aan beter werd Wilhelmine uitgehuwelijkt aan de markgraaf van Bayreuth, ver beneden haar stand. Eenmaal in het gehucht Bayreuth begon zij paleizen te bouwen. Voor de bouw van een Barok operagebouw werden alle registers opengetrokken. Het is nu prachtig gerestaureerd, staat op de UNESCO Werelderfgoedlijsten en je kunt er terecht voor uitvoeringen en rondleidingen. Ook Wilhelmine's paleizen en uitgestrekte paleistuinen zijn te bezoeken.
Halverwege de negentiende eeuw kwam Wagner een kijkje nemen in het toen vervallen Markgräfliches Opernhaus. Maar dit was niet wat hij voor ogen had. De akoestiek was onvoldoende voor zijn opera’s. Uiteindelijk bouwde hij buiten het stadje een nieuwe zaal. Het moest een houten Klankkast worden: de muziekzaal zelf was het instrument.
Je mag op de keiharde klapstoeltjes plaatsnemen, terwijl een medewerker het geheim van de akoestiek zal onthullen. Eerst laat hij een piepklein draaiorgeltje horen, het geluid is miniem. Dan zet hij het speeldoosje op de houten rand boven de orkestbak. Plots klinkt de muziek luid en duidelijk. Triomfantelijk kijkt de man naar de bezoekers. Hij heeft zojuist Wagners genialiteit bewezen.
Alles in het muzikale verleden van Bayreuth grijpt op elkaar in. Wagners buurman was componist Franz Liszt, die naar zijn zin teveel lawaai maakte op de piano. Van armoe ging Liszt in de pianofabriek van de familie Steingraeber zitten spelen. Het witte klavier van Liszt staat er nog altijd. Dochter des huizes Fanny Steingraeber leidt rond en vertelt besmuikt dat ze eigenlijk politicologie studeerde. Maar ja, de familietraditie. "Mijn betover- grootvader kwam in 1852 naar Bayreuth en Wagner stelde zulke bijzondere eisen aan de bouw van een piano, dat ze samen de structuur van het instrument veranderden." Op een zeker moment had Wagner in zijn operahuis het geluid nodig van een klok met een doorsnee van zeven meter. Die paste echter niet door de deur. Daarom bouwde de oude Steingraeber een klokpiano, een snaarinstrument dat eenzelfde geluid teweegbracht als een reusachtige kerkklok. In het pianomuseum hamert Fanny op een vergelijkbaar snaarinstrument. Het is alsof je hoog in de Big Ben bent geklommen.
Fanny Steingraeber is een van de directeuren van het familiebedrijf. Boven de historische ingang staat "Steingraeber und Sohne". Moet dat niet “zonen en dochter" zijn? De vraag doet haar even aarzelen. Dan zegt ze kordaat dat dit nu eenmaal de historische bedrijfsnaam is en dat zij er als vrouwelijke erfgename geen zwaar punt van maakt.

Daar komt de bruid
In de westerse wereld krijgt iedereen voortdurend iets van de muziek van Wagner mee. Nederlanders kunnen gedachteloos “Daar komt de bruid! Daar glijdt ze uit!” meedeinen, zonder te beseffen dat het de muziek is van Treulich geführt uit het derde bedrijf van Wagners Opera Lohengrin (1850). Bioscoopproducties als Apocalypse Now (1979) en The Blues Brothers (1980) waren zonder de filmmuziek uit Die Walküre geen kaskrakers geworden. Wie zich niet verdiept in Wagners meesterwerken, doet zichzelf dus ernstig tekort. De componist. wordt vaak geassocieerd met het nationaalsocialisme. Hij schreef inderdaad anti-Joodse teksten. Adolf Hitler dweepte met Wagner en bezocht Bayreuth regelmatig. Tijdens een rondleiding door Wagners villa en het Wagnermuseum wordt dit alles niet verzwegen. Integendeel: er wordt zo ernstig stilgestaan bij deze donkere bladzijden in de Duitse geschiedenis, dat de doorsnee tourist een zeker ongeduld voelt opkomen. Fijn dat de Duitsers het zichzelf blijven inpeperen, maar als bezoeker wil je het culturele hart van het huidige Duitsland raken.
Bier en streetart
Midden in Bayreuth staat brouwerij Liebesbier, opgericht in 1887. Al generaties lang wordt hier Maisel Bier gebrouwen en getapt. Maar ook in Beieren, en zelfs tijdens steeds warmere zomers, wordt elk jaar zes procent minder bier gedronken. En dus zocht brouwer Jeff Maisel naar een nieuw bedrijfsmodel: hij verbouwde de zaak tot een brouwerij, annex biermuseum en boutiquehotel. Hippe streetart kleurt de buitenmuren en de kamers, maar niet alle tradities zjn doorbroken. Zo staan in vitrinekasten alle modellen van de bierpullen die sinds 1887 jaarlijks aan vaste klanten werden uitgereikt. Maisel studeerde in de Verenigde Staten, maar voelt zich hier thuis. “Sinds de dag dat ik hier werd geboren, krijg ik minstens één slok bier per dag” Maisel beschrilft zijn Liebesbierhotel als een mix van perfecte biertjes en ‘moments of enjoyment’. Zijn brouwerij richt zich op hippe toeristen, maar handhaaft de Beierse gastvrijheid. Hip en vertrouwd tegelijk. Zijn nieuwe bieren - zelfs 0.0 en IPA - heten Maisel and
Friends, waar dat vroeger Maisel und Freunde zou zijn geweest. Wel wordt het bier gebrouwen volgens het Duitse Reinheitsgebot uit 1516. De grondstoffen zijn uitsluitend water, gerst, hop en gist. Géén gifstoffen of toevoegingen. Het Middeleeuwse gebod al dertig jaar géén wettelijke verplichting meer, maar dient nog als bescherming tegen niet-Duitse, ‘chemische’ biertjes. Maisel zegt dat de Beferse brouwers zich dankzij het Reinheitsgebot verbonden voelen met moderne streetart kunstenaars, die ook slechts vier primaire kleuren gebruiken.
Die redenering is een tikkeltje vergezocht. Maar als je 's avonds met een van je vrienden genoeglijk aan de Liebesbier hotelbar zit, nippend aan een halve liter Maisel Helles, ben je geneigd de bierbrouwer en zijn stadsgenoten hoe dan ook gelijk te geven.
bronvermelding: reismagazine Trip Talk
Text en foto’s: Eric Vrijsen

